Over onze stichting

Stichting voor Nederlandse afstandskinderen en binnenlands geadopteerden.

Voor wie is Verleden in Zicht?

Wij houden ons bezig met belangenbehartiging, voorlichting en informatieverschaffing, borging van erfgoed, gegevensverzameling en onderzoek.

De stichting is opgezet voor Nederlandse afstandskinderen en binnenlands geadopteerden.

Het primaire doel is belangenbehartiging voor de doelgroep van Nederlandse afgestanen en binnenlands geadopteerden.

Ook houden wij ons bezig met verzamelen, ontsluiten en borgen van het erfgoed van het dossier Binnenlandse afstand en adoptie.

Oude foto's van kinderen. De foto's zitten in een bruin houten kistje.

Ontstaansgeschiedenis Stichting Verleden in Zicht

Sinds de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw is er af en toe aandacht voor binnenlandse afstand en adoptie. Enkele dappere afstandsmoeders trekken aan de bel en laten weten dat de afstand die zij van hun kinderen deden niet zo vrijwillig was als het klonk en dat zij op zoek waren naar die kinderen.

Televisieprogramma’s kregen belangstelling voor het onderwerp en een programma als Spoorloos (1990) dat eerst alleen uit het oog verloren vrienden en verloren liefdes opspoorde, maakt furore met de zoektochten naar biologische kinderen en/of ouders.

Geadopteerde kinderen – inmiddels ook volwassen – ontdekken dat hun identiteitsgegevens en ontstaansgeschiedenissen niet kloppen en zij trekken aan de bel. Hun verhalen ondersteunen de verhalen van de afstandsmoeders. Adoptie is nu niet alleen meer amusement, maar ook een onderwerp voor de actualiteitenprogramma’s. Via programma’s als Brandpunt en later ook Zembla ontdekt men dat achter de wereld van adoptie, die vaak positief wordt voorgesteld, een wereld van gedwongen afstand en kinderhandel schuil kan gaan.

Naar aanleiding van een uitzending van Brandpunt (Moederziel alleen, 2014) waarin Nederlandse en Vlaamse afstandsmoeders worden geïnterviewd, raakt de politiek geïnteresseerd en worden er Kamervragen gesteld over gedwongen adoptie in Nederland na de adoptiewet van 1956. (1)

Deze vragen zijn de directe aanleiding voor een eerste verkennend onderzoek dat in opdracht van het WODC wordt gedaan door de Radboud Universiteit onder leiding van Prof. dr. Jan Kok. Dit onderzoek uit 2017 (Beklemd in de scharnieren van de tijd, beleid, praktijk en ervaring van afstand ter adoptie door niet–gehuwde moeders in Nederland, tussen 1956 en 1984) begint in 1956, wanneer de adoptiewet wordt ingesteld en loopt tot 1984, het jaar waarin de abortuswet van kracht wordt. De conclusie van het verkennende onderzoek naar vooral de ervaringen van een kleine groep moeders is dat er een diepgaander onderzoek gedaan zou moeten worden.

In 2018 wordt een werkgroep ingesteld met verschillende belangenbehartigers van zowel de afstandsmoeders als de afgestane volwassen kinderen en het ministerie van Justitie en Veiligheid. In deze werkgroep wordt gesproken over een diepgaander, onafhankelijk onderzoek en in januari 2019 kondigt de minister aan dat dit onderzoek er komt. De opdracht wordt door het WODC gegeven aan het Verweij-Jonker Instituut. In augustus/september start het onderzoek dat als doel heeft een completer beeld te schetsen vanuit de optiek van alle betrokkenen bij afstand en adoptie tussen 1956 en 1984 in Nederland: afstandsouders, volwassen afstandskinderen, adoptieouders en hulpverleners. Er wordt een beroep gedaan op alle betrokkenen om zich te melden bij het Meldpunt Afstand en Adoptie, dat valt onder het ministerie van Justitie en Veiligheid, maar bemenst wordt door FIOM.

In december 2019 worden de eerste onregelmatigheden en problemen aangaande het onderzoek gesignaleerd door de belangenbehartigers. In februari 2020 worden hierover vragen gesteld in de Werkgroep Adoptie van het ministerie en In april sturen zes verontruste volwassen afstandskinderen (de Kamervragengroep) een brief aan de Tweede Kamer. (2)

De volwassen afstandskinderen bereiden inmiddels onder de naam Collectief Binnenlandse Afgestanen en Geadopteerden (BAG) Kamervragen voor over het onderzoek die door Vera Bergkamp worden gesteld. Deze Kamervragen worden mede gedragen door De Nederlandse Afstandsmoeder (DNA). (3)

Op 2 juli 2020 wordt de motie-Bergkamp hierover Kamerbreed aangenomen en minister Dekker maakt excuses voor de gang van zaken. (4) Een overwinning voor iedereen die hier zo hard aan gewerkt heeft! Er wordt een commissie van deskundigen aangesteld die een onderzoek gaan doen naar de gang van zaken bij het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut. Deze commissie onder leiding van prof. dr. Catrin Finkenauer schrijft een vernietigend rapport over de gang van zaken. (5) Het rapport wordt op 8 juli 2021 aangeboden aan minister Dekker. (6) Op 9 november 2021 stopt minister Dekker het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut (7) Er komt een nieuw onafhankelijk onderzoek naar afstand en adoptie in Nederland. In juni 2022 wordt de nieuwe onderzoeksleider bekend gemaakt: prof. dr. Micha de Winter. (8) Vanaf het najaar 2022 wordt er gewerkt aan het nieuwe onderzoek dat in 2024 afgerond moet zijn.

Een aantal van de mensen die Stichting Verleden in Zicht hebben opgericht waren vanaf het begin in 2018/2019 bij deze politieke belangenbehartiging betrokken. Eerst individueel, daarna met de brief aan de Tweede Kamer. Ze zaten in De Kamervragengroep en in Collectief BAG. Collectief BAG is opgegaan in Groep Eugenie Smits van Waesberghe en Stichting Verleden in Zicht.

Op 3 mei 2021, midden in coronatijd, werd Stichting Verleden in Zicht officieel opgericht!

Wat we doen

Belangen
behartiging

Nieuwsberichten schrijven en plaatsen

Verhalen verzamelen en verspreiden

Bijeenkomsten met afstandskinderen

Cijfers binnenlandse afstand en adoptie.

Verleden in Zicht (VIZ) is opgericht voor iedereen die in Nederland is afgestaan en/of daarna is geadopteerd.

Hoe groot de groep binnenlandse afgestanen en geadopteerden feitelijk is, is onduidelijk, omdat de registratie hiervan niet eenduidig is.

Wat de periode tussen de adoptiewet van 1956 en de abortuswet van 1984 betreft, heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek gegevens over 15.290 binnenlandse adopties, 7318 meisjes en 7972 jongens. Tussen 1956 en 2006 zijn er in Nederland 60.000 kinderen geadopteerd waarvan tweederde buitenlands is. Eenderde is dus binnenlands, waarmee het gaat het om 20.000 binnenlands geadopteerden.

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2006/44/een-halve-eeuw-adoptie-in-nederland

Lang niet alle kinderen werden echter geadopteerd. Velen groeiden op als een ondergeschoven kind in de familie (bijvoorbeeld een nakomertje van ‘oma’), verbleven hun hele jeugd in tehuizen of instellingen of bleven pleegkind. Er zijn dus veel meer kinderen afgestaan dan geadopteerd.

Voor het boek Opgestaan is plaats vergaan van Will van Sebille, de voorzitter van DNA, en Liesje de Leeuw van FIOM uit 1991, werd het aantal afstand tot adoptieverklaringen onderzocht. Zij komen tot 25.000 afstandsmoeders vanaf de Afstandswet in 1956 tot hun onderzoek in 1991.

https://www.dbnl.org/tekst/_taa014199401_01/_taa014199401_01_0188.php

FIOM, het expertisecentrum op het gebied van ongewenste zwangerschap, verwantschapsvragen en adoptie, had het in een artikel op hun website in 2018 over tussen de 15.000 en 25.000 vrouwen die één of meerdere kinderen afstaan in de periode van 1956 tot 2017. Zij hebben dat nu bijgesteld naar tussen de 15.000 en 20.000

https://fiom.nl/ongewenst-zwanger/afstand-ter-adoptie/cijfers-feiten-afstand-ter-adoptie

De stichting Verleden in Zicht houdt een getal van ongeveer 28.000 afstandskinderen aan waarvan een groot deel ook geadopteerd is. Daarbij houden we rekening met het feit dat al deze tellingen beginnen bij de afstandswet van 1956, terwijl ook vóór die tijd kinderen werden afgestaan. Bovendien is de registratie niet geheel betrouwbaar, omdat dossiers soms (illegaal) verdwenen of vernietigd werden of omdat er een verkeerde registratie plaatsvond (kinderen werden gewist op de kaart van hun geboortemoeder en bijgeschreven op de persoonskaart van hun adoptiemoeder).

Wie zijn onze bestuursleden?

Carine Dorgelo

Voorzitter

Georgia Gradenwitz-Kemp

Secretaris

Ronald Notenboom

Bestuurslid

Frans Haven

Penningsmeester

Barbalique Peters

Bestuurslid

Veel gestelde vragen

De belangen behartigen van de pakweg 25.000 Nederlanders die als kind door hun moeder vlak na de geboorte af werden gestaan. Nadat deze kwestie in de jaren 2000 in de belangstelling kwam, werd allerlei onderzoek gedaan en daarover was veel onvrede.

Het bestuur van de stichting spreekt met het Ministerie van Veiligheid en Justitie over een breed aantal onderwerpen die voor afgestane kinderen van groot belang zijn. Zo hebben we ons met succes hard gemaakt voor een nieuw en onafhankelijk onderzoek naar de misstanden bij afstand doen van kinderen. Ook zijn we druk in gesprek om de archieven van afgestane kinderen te behouden en inzichtelijk te krijgen. Dat is helaas nog hard nodig. Tot slot proberen we compensatie en bijstand voor de groep afgestane Nederlanders te krijgen. Er is nog veel werk te doen.

Voor afgestane Nederlanders maken we een nieuwsbrief. We tekenen de verhalen van afstandskinderen in een speciale podcast ‘Afgestaan’ op. We houden ontmoetingsdagen waar mensen uit onze groep met anderen in contact kunnen komen.

Een afgestaan kind is door de moeder direct bij geboorte weggehaald en in een kindertehuis geplaatst. Van deze kinderen werd een groot deel opgenomen in een ander gezin en groeide daar op. Veel van deze kinderen werden door het nieuwe gezin geadopteerd. In de jaren tussen 1950 en 1975 overkwam dit bijna 25.000 kinderen.

De stichting richt zich op afgestane Nederlanders en hun kinderen. Mensen die uit het buitenland zijn geadopteerd hebben hun eigen belangengroepen, net zoals de adoptieouders en afstandsmoeders.